Loading...

Voorbeeld Training


Dit is een voorbeeld training uit de VTON voetbalmethode. Iedere training uit de methode heeft een concreet doel. Het doel van deze training is het verbeteren van het uitspelen van de 1 tegen 1 situatie. Deze training bestaat uit zes oefenvormen. Een oefenvorm bestaat uit een plaatje, animatie benodigdheden en organisatie. Onder de oefenvorm kunnen meerdere icoontjes staan. Hiermee ga je naar ondersteunende tekst en media - uitleg organisatie op het veld; - uitleg technische handeling; - coach opmerkingen.

Onder de training staan meerder icoontjes: Veldorganisatie, leerdoelen en methodische stappen.

Magic 7 (#1)
10
4-7
20x10
4
7

Organisatie:


  • 4 spelers dribbelen in een zig zag vorm tussen de pionnen. 
  • 4 spelers oefenen bewegingen individueel.
  • Skills: Spelers oefenen verschillende wegdraai - kap - en passeerbewegingen met het linker en rechterbeen.


Coachingopmerkingen:

  • Blijf tijdens het dribbelen goed over de bal heen kijken.
  • Reactie en acceleratie met of zonder bal.
  • Snelheid en controle.
Tip: 8 - 11 spelers extra station uitzetten.
Magic 7 (#3)
10
4-12
20x10
2
7

Organisatie:


  • 4 spelers dribbelen in een ruitvorm tussen de pionnen.
  • 2 spelers oefenen de wegdraaibewegingen. 2 andere spelers acteren als passieve tegenstanders.
  • Ruilen van rol als de gele speler uitkomt op het startpunt. Geel speelt de bal op rood enz.
  • Skills: Spelers oefenen verschillende wegdraai - kap - en passeerbewegingen met het linker en rechterbeen.


Coachingopmerkingen:

  • Blijf tijdens het dribbelen goed over de bal heen kijken.
  • Reactie en acceleratie met of zonder bal.
  • Snelheid en controle.
Tip: 6 - 8 spelers extra station uitzetten.
1 : 1 Dribbel & Schakelspel

10
8-12
20x15
8
12
Organisatie:
  • Speler A start met een gratis dribbel. 
  • A moet onderweg door een poortje (platte pionnen) en daarna door een pionnenpoortje. Daarachter legt ie de bal stil. 
  • Op dat moment start speler B en schakelt speler A direct om als verdediger /tikker. 
  • De verdediger/tikker krijgt een punt door de aanvaller te tikken. 
  • De aanvaller krijgt een punt als hij door het eindpoortje dribbelt zonder getikt te worden. 
  • Ook als je getikt bent moet je door dribbelen, de bal stilleggen en omschakelen, zodat de volgende kan starten. 
  • Spelers houden individueel hun punten bij.

Belangrijk!
  • Probeer goed in te schatten waar je de startpionnen neerlegt. Hoe verder je ze weg legt, hoe moeilijker het wordt voor de aanvaller.
  • Zorg ervoor dat het voor de aanvallers haalbaar is om te scoren (succeservaring), maar dat het niet te makkelijk wordt (uitdaging).
1 : 1 Frontaal Passeren

15
8-12
20x15
8
12
2
Organisatie:
  • Verdediger A dribbelt iets op en passt de bal strak naar aanvaller B.
  • Vervolgens start er een 1 tegen 1 duel waarbij er voorbij de middenlijn pas gescoord mag worden.
  • Wanneer de bal uitgaat of gescoord wordt, gooit de trainer nog een 2de bal in het spel.
  • Na afloop wisselen beide spelers van rijtje.
1 : 1 met 4 goaltjes (Sprintvorm)
12
6-11
30x15
8
8
4

Spelregels:

  • Na het inspelen van de bal, of na een teken van de trainer starten de beide spelers.
  • Speler die als eerste de bal heeft wordt aanvaller.
  • Andere speler wordt verdediger.
  • Beide teams kunnen scoren door te passen of te schieten in een goal.


Wijze van scoren:

  • Scoren door het passen/ schieten van de bal in een goal.


Coachopmerkingen:

  • Competitievorm!!!
  • Maak twee teams die tegen elkaar strijden.
  • Welk team scoort het eerst 5 punten?
TIP: 12 spelers een extra organisatie uitzetten.
Partijvorm 4 : 4 (Kleine goaltjes)
12
8-
35x15
3
8
10
2

Spelregels:

  • Uitbal, in dribbelen of inpassen.
  • Na een doelpunt of achterbal starten bij eigen goaltje.


Wijze van scoren:

  • Beide teams kunnen scoren op een klein goaltje.

Na de oefening(en) passen de spelers de oefenstof toe in de partijvorm. 
Laat ze vooral voetballen en coach alleen nog ‘begeleidend’. 
Leg het spel niet of niet te vaak meer stil. 
Geef de spelers de ruimte om te laten zien wat ze hebben geleerd. 
Observeer in hoeverre ze het geleerde toepassen in deze complexere vorm en sluit af met een korte nabespreking.

Wat te doen bij een oneven aantal ! ( i )

Organisatie